U bent hier

Home

Caloptilia rufipennella (Hübner, 1796)

Donkere esdoornsteltmot
Caloptilia rufipennella - Donkere esdoornsteltmot
Familie: 
Soort mijn: 
Imago: 

Typische Caloptilia-rusthouding met opgeheven voorste lichaamsdeel. Voorvleugels eenkleurig oker tot oranjekleurig.

Ei: 

Het ei wordt afgezet op de onderkant van het blad, dicht tegen een nerf.

Rups: 

Groenachtig, met een lichtgroene kop.

Mijn: 

Aanvankelijk een moeilijk zichtbaar gangmijntje aan de onderzijde van het blad, meestal langs een bladnerf, daarna een kleine, witte, driehoekige blaasmijn in een nerfoksel. Vrijlevende rupsen aanvankelijk in een naar onder omgeslagen bladrand, daarna tweemaal in een naar onder opgerolde bladrand of bladlob die telkens groter is. In sommige gevallen verhuist de rups naar een ander blad.

Cocon/pop: 

Witte, half doorzichtige cocon aan de onderzijde van het blad. De pophuid steekt uit deze cocon na het ontpoppen van het imago.

Opmerkingen: 
  • Een eenkleurig bruine soort, die dikwijls met andere Caloptilia-soorten verward wordt. Vroeger enkel vermeld uit het Zoniënwoud, maar momenteel bekend uit 6 Belgische provincies.
  • In zeldzame gevallen ook op ander esdoornsoorten, zoals Acer platanoides en A. saccharinum
Waardplanten: 
Acer pseudoplatanus
Gewone esdoorn
Verspreiding België: 

Op vele plaatsen waargenomen, maar nooit talrijk. Nog niet waargenomen in LG en NA.

Verspreiding algemeen: 

Palaearctisch: Europa, maar ontbreekt in vele landen (http://www.gracillariidae.net/species_by_code/CALORUFI). Nog niet waargenomen in GD Luxembourg.

Levenscyclus: 

Eén generatie per jaar: rupsen van juni tot oktober; motjes van juli, overwinterend, tot mei.

Foto's imago: 
Caloptilia rufipennella - Donkere esdoornsteltmot
Foto's mijn: 
Caloptilia rufipennella - Donkere esdoornsteltmot