U bent hier

Home

Coleophora badiipennella (Duponchel, 1843)

Iepenkokermot
Coleophora badiipennella - Iepenkokermot
Familie: 
Soort mijn: 
Imago: 

Bij deze soort is de voorvleugel meer eenkleurig geel-bruin. Er zijn donkere stipjes op de hele vleugel aanwezig.
De spanwijdte is 9 mm tot 10,5 mm.
De imago's vliegen van eind mei tot juli.

Ei: 

Het eitje wordt afgezet aan de onderzijde van een blad tegen de hoofdnerf en een zijnerf.

Koker: 

De spatelvormige koker is zijdelings afgeplat. Hij is tweekleppig en meet 5 mm - 6 mm.
De mondhoek is 0° - 10°. 

Mijn: 

Emmet ea. schrijven dat de larve zijn leven begint met het maken van een rechtlijnig gangmijntje van 10 mm -15 mm, dat vanaf de hoofdnerf langs een zijnerf loopt; hieruit wordt de eerste jeugdzak gemaakt.
Deze gangmijn ligt vol met frass.

Cocon/pop: 

Voor de verpopping wordt een blad of een twijgje gebruikt.

Opmerkingen: 
  • De soort leeft op tal van bomen en struiken toch is Ulmus (iep) de voornaamste.
  • Moeilijk te onderscheiden van Coleophora limosipennella
Waardplanten: 
Acer campestre
Spaanse aak of Veldesdoorn
Acer platanoides
Noorse esdoorn
Corylus avellana
Hazelaar
Fraxinus excelsior
Es
Ulmus glabra
Ruwe iep
Ulmus minor
Gladde iep
Verspreiding België: 

Een erg lokale soort die ook te lijden heeft (gehad) door de "iepenziekte".
Na 2004 gevonden in Antwerpen en Henegouwen. Er bestaat een oude melding uit Brabant van voor 1980. Recent (2014) ook in Namen gevonden door de Bladmijnenwerkgroep. 

Verspreiding algemeen: 

Bijna geheel West-Europa met uitzondering van Frankrijk en Ierland. Verder Noord-Europa en in het oosten: de Balkanlanden en Zuid-Rusland.
 

Levenscyclus: 

De larven zijn volgroeid in september-oktober, maar eten vaak nog door in het voorjaar.
De verpopping gebeurt in juni of juli.
De imago's vliegen van eind mei tot in juli.

Foto's imago: 
Coleophora badiipennella - Iepenkokermot
Foto's mijn: 
Foto's koker: