U bent hier

Home

Coleophora conyzae Zeller, 1868

Heelblaadjeskokermot
Coleophora conyzae - Heelblaadjeskokermot
Familie: 
Synoniemen: 
= angustilinea Toll, 1962
= mellechella Toll, 1962
Soort mijn: 
Imago: 

De okerkleurige voorvleugels hebben lichtere lengtelijnen.
De voelsprieten zijn wit, enkel bij de wijfjes (bij verse exemlaren) aan de onderzijde fijn zwart bespikkeld.
De spanwijdte bedraagt: 12 mm - 16,5 mm.
De imago's zijn te vinden in juli en augustus.

Ei: 

Het eitje wordt afgezet aan de onderzijde van een blad van de waardplant.

Koker: 

De rups leeft in een 10 mm - 12 mm lange bladkoker aan de onderzijde van de bladeren van de waardplant.
De mondhoek varieert erg, meestal rond de 45°.

Cocon/pop: 

De verpopping gebeurt op de stengel van de plant.

Opmerkingen: 
  • Opmerkelijk is dat deze soort bij elke vervelling een nieuwe koker maakt.
  • De oude blijft dan achter waar de nieuwe werd uitgesneden en dit is meestal aan de bladrand.
  • Ook zijn de kokers, die worden waargenomen op heelblaadje en donderkruid, veel meer behaard. Dit omdat de planten ook sterk zijn behaard.
  • De kokers op koninginnenkruid daarentegen zijn veel minder behaard.
Waardplanten: 
Eupatorium cannabinum
Koninginnekruid
Inula conyzae
Donderkruid
Pulicaria dysenterica
Heelblaadjes
Verspreiding België: 

Na 2004 waargenomen in West-Vlaanderen en Namen. Een erg lokale soort.

Verspreiding algemeen: 

Heel West-, Noord en Zuid-Europa.

Levenscyclus: 

De rupsen zijn volgroeid eind mei, begin juni.
De imago's vliegen in juli en augustus.

Foto's mijn: 
Coleophora conyzae - Heelblaadjeskokermot
Coleophora conyzae - Heelblaadjeskokermot
Foto's koker: 
Coleophora conyzae - Heelblaadjeskokermot
Coleophora conyzae - Heelblaadjeskokermot
Coleophora conyzae - Heelblaadjeskokermot
Coleophora conyzae - Heelblaadjeskokermot
Coleophora conyzae - Heelblaadjeskokermot
Coleophora conyzae - Heelblaadjeskokermot
Coleophora conyzae - Heelblaadjeskokermot