U bent hier

Home

Coleophora galbulipennella Zeller, 1838

Duinsilenekokermot
Coleophora galbulipennella - Duinsilenekokermot
Familie: 
Synoniemen: 
= obliterata Toll 1952
= otitae Zeller, 1839
= otitella Bruand, 1859
Soort mijn: 
Imago: 

Deze soort is een van de grootste Coleophoridae's in België.
De voorvleugels hebben brede okerkleurige lijnen op de aders.
Ook zijn er zeer veel kleine zwarte stipjes op de aders merkbaar. Deze blijken echter bij nader onderzoek bruinachtig te zijn met witte deeltjes.
De spanwijdte is 14 mm - 20 mm.
De imago's zijn te vinden van eind mei tot begin juli.

Ei: 

Het eitje wordt afgezet op een blad van de waardplant.

Koker: 

De rups leeft in een buisvormige zijden koker. Deze is 12 mm lang en is driekleppig.
Hij is afwisselend geel/wit en zwart met lengtestrepen getekend.
De mondhoek is 40°. 

Mijn: 

Na de winter maken de rupsen vlekmijnen in de grondbladeren .

Cocon/pop: 

De verpopping gebeurt dichtbij of op de grond.

Opmerkingen: 
  • De belangrijkste waardplant: is Silene nutans, Nachtsilene.
  • De soort is sinds 1980 nooit meer waargenomen in België, uitgestorven of over het hoofd gezien? Sinds 2014 terug herontdekt in ons land in de provincie Luxemburg. 
Waardplanten: 
Silene italica
Italiaanse silene
Silene nutans
Nachtsilene
Silene otites
Oorsilene
Silene viscaria
Rode pekanjer
Verspreiding België: 

Deze soort is voor 1980 enkel uit Brabant gemeld. 

Verspreiding algemeen: 

In vrijwel heel Europa aanwezig.

Levenscyclus: 

De rupsen zijn volwassen in mei of juni. De imago's zijn te vinden van eind mei tot begin juli. 
In het najaar leven de larven van de rijpende zaden; na de winter maken ze vlekmijnen in de grondbladeren. 

Foto's imago: 
Coleophora galbulipennella - Duinsilenekokermot
Foto's koker: 
Coleophora galbulipennella - Duinsilenekokermot