U bent hier

Home

Coleophora niveicostella Zeller, 1839

Egale sprietkokermot
Familie: 
Synoniemen: 
= longicostella Stainton, 1867
Soort mijn: 
Imago: 

De voorvleugels zijn okerkleurig met een zeer duidelijke contrasterende witte voorrandlijn tot 2/3 van de top.
Deze voorrandlijn is de enige lengtelijn!
De spanwijdte bedraagt 11 mm - 13 mm.
De imago's vliegen van einde juni tot augustus.

Koker: 

De rups leeft in een tweekleppige schedekoker van 7 mm - 8 mm. Deze is slank en bruinzwart.
De mondhoek is 30°. 

Mijn: 

De rups maakt kleine mijntjes, de blaadjes verkleuren niet en vallen snel af.
Daardoor is de aanwezigheid erg slecht merkbaar.

Cocon/pop: 

De verpopping gebeurt in een samengesponnen groepje blaadjes van de waardplant.

Opmerkingen: 
  • De larve maakt in feite een ingewikkeld proces bij het vervaardigen van de kokers, zie Coleophora niveicostella op de site van Willem Ellis.
  • De larven zelf kunnen verward worden met die van C. albitarsella (zie dezelfde link hierboven).
Waardplanten: 
Thymus pulegioides
Grote tijm
Thymus serpyllum
Kleine tijm
Thymus vulgaris
Echte tijm
Verspreiding België: 

Er zijn enkel oude meldingen uit Brabant en Namen voor 1980.
Er is dan ook een sterk vermoeden dat deze soort uitgestorven is in ons land.

Verspreiding algemeen: 

Heel Europa behalve het oosten.

Levenscyclus: 

De larven zijn midden juni volgroeid.
De imago's vliegen van einde juni tot augustus.