U bent hier

Home

Elachista subocellea (Stephens, 1834)

Geelbandgrasmineermot
Elachista subocellea - Geelbandgrasmineermot
Synoniemen: 
= colitella sensu auct., nec (Duponchel, 1843)
Soort mijn: 
Ei: 

Het ei wordt in de buurt van de bladtop afgelegd.

Rups: 

De felgroene rups heeft een lichtbruine kop en prothoracale plaat.

Mijn: 

De mijn start als een smal gangetje die eerst in de richting van de bladtop loopt, daar keert de rups zich en mineert nu naar beneden om daarna een Phyllonorycter-achtige blaasmijn te maken van 5 tot 8cm lang. Door de groene kleur van de mijnen vallen die niet op tussen de bladeren van de waardplant.

Cocon/pop: 

De bleekbruine pop wordt meestal aan een dood blad aan de basis van de waardplant vastgemaakt.

Opmerkingen: 
  • De soort heeft een voorkeur voor bosranden en open plaatsen in het bos.
Waardplanten: 
Brachypodium sylvaticum
Boskortsteel
Verspreiding België: 

Deze soort werd recent gevonden in Antwerpen, Namen en Luik. Oudere waarnemigen uit Brabant en Henegouwen.

Verspreiding algemeen: 

Deze soort komt vooral voor in het centrale en westelijke gedeelte van Europa. Ontbreekt op het Balkan-schiereiland.

Levenscyclus: 

De motjes vliegen van eind mei tot in juli. Rupsen zijn te vinden vanaf april tot begin juni.

Foto's imago: 
Elachista subocellea - Geelbandgrasmineermot
Elachista subocellea - Geelbandgrasmineermot
Elachista subocellea - Geelbandgrasmineermot
Elachista subocellea - Geelbandgrasmineermot