U bent hier

Home

Incurvaria pectinea Haworth, 1828

berkenbladsnijdermot
Incurvaria pectinea - Berkenbladsnijdermot
Familie: 
Synoniemen: 
= pectinella (Fabricius, 1787), nec (Denis & Schiffermüller, 1775)
= zinckenii (Zeller, 1839)
Soort mijn: 
Ei: 

De eieren worden meestal met meerdere per blad afgezet.

Rups: 

De witte rups heeft een geelbruine kop

Mijn: 

De jonge rupsjes maken kleine rondachtige blaasmijntjes die voorafgegaan worden van een klein gangetje. Deze gangetjes worden meestal overlopen door de latere blaasmijn. Al vlug snijden ze de blaasmijn uit om daarin verder te leven en te eten van verdorde bladeren. Ondertussen vergroot de rups de uitsnede door andere stukken plantenmateriaal aan de uitsnede vast te maken en de oude uitsnede daarna op te eten.

Cocon/pop: 

De rups verpopt in de uitsnede.

Opmerkingen: 
  • Op de website van Willem Elllis staan nog verschillende andere waardplanten. >> link.
  • Meestal meerdere mijnen per blad.
Waardplanten: 
Alnus glutinosa
Zwarte els
Alnus incana
Witte els
Betula pendula
Ruwe berk
Betula pubescens
Zachte berk
Cornus mas
Gele kornoelje
Corylus avellana
Hazelaar
Verspreiding België: 

Info omtrent de verspreiding op Catalogue of the Lepidoptera of Belgium.

Verspreiding algemeen: 

Deze soort ontbreekt op heel wat plaatsen in het zuidoosten van Europa en ook in Portugal.

Levenscyclus: 

De motjes vliegen in de maanden april en mei. Minerende rupsen zijn er in mei en juni.

Foto's mijn: 
Incurvaria pectinea - Berkenbladsnijdermot
Incurvaria pectinea - Berkenbladsnijdermot
Incurvaria pectinea - Berkenbladsnijdermot
Incurvaria pectinea - Berkenbladsnijdermot
Incurvaria pectinea - Berkenbladsnijdermot
Incurvaria pectinea - Berkenbladsnijdermot
Incurvaria pectinea - Berkenbladsnijdermot
Incurvaria pectinea - Berkenbladsnijdermot