U bent hier

Home

Mompha ochraceella (Curtis, 1839)

Gele wilgenroosjesmot
Mompha ochraceella - Gele wilgenroosjesmot
Familie: 
Soort mijn: 
Rups: 

De geelwitte rups heeft een bleekbruine kop, de prothoracale en anale plaat zijn eveneens bleekbruin.
De jonge rupsen leven van in de zomer tot in de herfst in de schors van de stengels. Net voor de winter kruipen de rupsen terug in de wortelstokken waarin ze overwinteren.  

Mijn: 

Na de overwintering maken de rupsen vanuit de wortelstokken een gang naar de onderste bladeren waar ze grote blaasmijnen maken die gecentreerd liggen op de hoofdnerf.

Cocon/pop: 

De rups verpopt in de mijn in een witte zijden cocon, soms meerdere cocons per blad.

Opmerkingen: 
  • De mijnen zijn gemakkelijk te vinden door in april en mei de onderste bladeren van de voedselplant, die dan nog in het rozetstadium is, om te draaien. (microlepidoptera.nl)                                             
Waardplanten: 
Epilobium hirsutum
Harig wilgenroosje
Verspreiding België: 

Info omtrent de verspreiding op Catalogue of the Lepidoptera of Belgium.

Verspreiding algemeen: 

Deze soort komt in bijna geheel Europa voor behalve op de meeste eilanden.

Levenscyclus: 

De hoofdvliegtijd is juni en juli in één generatie maar de motjes kunnen soms van in de maand mei worden gevonden tot soms zelfs in augustus. Minerende rupsen zijn te vinden in het voorjaar vanaf de maand april tot in mei.

Foto's waardplant: 
Epilobium hirsutum (Harig wilgenroosje)