U bent hier

Home

Phyllonorycter corylifoliella (Hübner, 1796)

Vruchtboomvouwmot
Phyllonorycter corylifoliella - Vruchtboomvouwmot
Familie: 
Synoniemen: 
Phyllonorycter betulae (Zeller, 1839)
Soort mijn: 
Mijn: 

Aanvankelijk zichtbaar als een smal zilverachtig streepje bovenop een nerf met een centraal bruin lijntje. Later uitgroeiend tot een witte, witgrijze tot zilverachtige vouwmijn aan de bovenkant van het blad, bijna steeds op de hoofdnerf of een goed ontwikkelde zijnerf. Eerst zonder noemenswaardige plooien, maar nadien met een hele rij lengteplooien zodat het blad naar boven krult. De frass wordt verspreid over de hele mijn in tegenstelling tot de mijn van Phyllonorycter leucographella.

Cocon/pop: 

Verpopping in de mijn.

Opmerkingen: 
  • Opmerkelijk is dat bij deze soort de jonge rups na het maken van de epidermale blaasmijn in die mijn zelf een kleinere tweede mijn maakt in het pallisadeparenchym (duidelijk te zien op de laatste foto in gallerij mijn). De rups leeft een tijdje in deze binnenmijn, later eet de rups het dak van de binnenmijn op. Er blijft dan een zwarte vlek over in het pallisadeparenchym (duidelijk te zien op de tweede foto in gallerij rups). 
  • Gewone soort in België.
Waardplanten: 
Amelanchier lamarckii
Amerikaans krentenboompje
Amelanchier ovalis
Europees krentenboompje
Betula pendula
Ruwe berk
Betula pubescens
Zachte berk
Chaenomeles japonica
Japanse sierkwee
Crataegus laevigata
Tweestijlige meidoorn
Crataegus monogyna
Eenstijlige meidoorn
Cydonia oblonga
Kweepeer
Hippophae rhamnoides
Duindoorn
Malus domestica
Appel
Malus sylvestris subs. sylvestris
Wilde appel
Mespilus germanica
Mispel
Prunus avium
Zoete kers
Pyrus communis
Peer
Sorbus aria
Meelbes
Sorbus aucuparia
Wilde lijsterbes
Sorbus torminalis
Elsbes
Verspreiding België: 

Verspreid over het hele land en op sommige plaatsen gewoon.

Verspreiding algemeen: 

Palaearctisch: heel Europa, vermeld uit Georgie, Iran, Irak, Kazakhstan, Kyrgyzstan, Oekraïne, Oezbekistan, Siberië, Tajikistan, Tunesië, Turkije enTurkmenistan (http://www.gracillariidae.net/species_by_code/PHYLCORF). Vermeld uit al onze buurlanden.

Levenscyclus: 

Twee generaties per jaar: rupsen in juli en in september-oktober; motjes van einde april tot juni en in augustus. De pop overwintert (de larve van P. leucographella overwintert).

Foto's mijn: 
Phyllonorycter corylifoliella - Vruchtboomvouwmot
Phyllonorycter corylifoliella - Vruchtboomvouwmot
Phyllonorycter corylifoliella - Vruchtboomvouwmot
Phyllonorycter corylifoliella - Vruchtboomvouwmot
Phyllonorycter corylifoliella - Vruchtboomvouwmot
Phyllonorycter corylifoliella - Vruchtboomvouwmot
Phyllonorycter corylifoliella - Vruchtboomvouwmot
Foto's rups: 
Phyllonorycter corylifoliella - Vruchtboomvouwmot
Phyllonorycter corylifoliella - Vruchtboomvouwmot
Phyllonorycter corylifoliella - Vruchtboomvouwmot
Phyllonorycter corylifoliella - Vruchtboomvouwmot
Phyllonorycter corylifoliella - Vruchtboomvouwmot
Phyllonorycter corylifoliella - Vruchtboomvouwmot
Phyllonorycter corylifoliella - Vruchtboomvouwmot
Phyllonorycter corylifoliella - Vruchtboomvouwmot