U bent hier

Home

Phyllonorycter harrisella (Linnaeus, 1761)

Witte eikenvouwmot
Phyllonorycter harisella - Witte eikenvouwmot
Familie: 
Synoniemen: 
Phyllonorycter cramerella (Fabricius, 1775)
Soort mijn: 
Mijn: 

Een nogal klein, ronde of ovale vouwmijn aan de onderkant van het blad met één duidelijk lengteplooi in het midden. Mijn meestal nooit langer dan 14 mm.

Cocon/pop: 

De rups spint een taaie, witte cocon, vastgemaakt aan boven- en onderkant van de mijn. De pophuid steekt uit de mijn na het ontpoppen van het imago.

Opmerkingen: 
  • Een gewone soort over haast heel België; nog niet vermeld uit de kuststreek.
Waardplanten: 
Quercus petraea
Wintereik
Quercus pubescens
Donzige eik
Quercus robur
Zomereik
Verspreiding België: 

Over vrijwel het hele land gewoon, nog niet vermeld uit de kuststreek.

Verspreiding algemeen: 

Palaearctisch: vrijwel heel Europa, nog niet vermeld uit Spanje, wel uit Oekraïne en Turkije (http://www.gracillariidae.net/species_by_code/PHYLHARR). Vermeld uit al onze buurlanden.

Levenscyclus: 

Twee generaties per jaar: rupsen in juli en in september-oktober; motjes in april-mei en in augustus-september. De pop overwintert in de mijn.

Foto's imago: 
Phyllonorycter harisella - Witte eikenvouwmot
Phyllonorycter harisella - Witte eikenvouwmot
Phyllonorycter harisella - Witte eikenvouwmot
Phyllonorycter harisella - Witte eikenvouwmot
Foto's mijn: 
Phyllonorycter harisella - Witte eikenvouwmot
Foto's cocon/pop: 
Phyllonorycter harisella - Witte eikenvouwmot