U bent hier

Home

Phyllonorycter muelleriella (Zeller, 1839)

Gevlekte eikenvouwmot
Phyllonorycter muelleriella - Gevlekte eikenvouwmot
Familie: 
Synoniemen: 
Phyllonorycter amyotella (Duponchel, 1840)
Soort mijn: 
Mijn: 

Een tamelijk smalle, langwerpige vouwmijn tussen twee zijnerven. De basis van de mijn raakt de hoofdnerf. Onderaan met één duidelijk lengteplooi in het midden.

Cocon/pop: 

De rups spint een cocon die boven- en onderaan in de mijn wordt vastgemaakt. De cocon bevat frasskorreltjes aan de zijkanten. De pophuid steekt uit de mijn na het ontpoppen van het imgao.

Opmerkingen: 
  • Uit bijna heel België bekend, maar nooit talrijk.
Waardplanten: 
Quercus petraea
Wintereik
Quercus robur
Zomereik
Verspreiding België: 

Verspreid waargenomen over vrijwel het hele land, nog niet vermeld uit HA. Toch is de soort overal zeldzaam.

Verspreiding algemeen: 

Palaearctisch: Europa, zeldzaam in het noorden, vermeld uit Oekraïne en Turkije (http://www.gracillariidae.net/species_by_code/PHYLMUEL). Waargenomen in al onze buurlanden.

Levenscyclus: 

Komt ook nog op andere Quercus-soorten voor.
Twee generateis per jaar: rupsen in juli en in september-oktober; motjes in mei en augustus. De pop van de zomergeneratie overwintert in de mijn.

Foto's imago: 
Phyllonorycter muelleriella - Gevlekte eikenvouwmot
Foto's mijn: 
Phyllonorycter muelleriella - Gevlekte eikenvouwmot