U bent hier

Home

Scythropia crataegella (Linnaeus, 1767)

Doornspinnertje
Scythrophia crataegella - Doornspinnertje
Familie: 
Soort mijn: 
Rups: 

De vrijlevende roodbruine en behaarde rups heeft een zwarte gevlekte kop met lichtere lijnen erin.

Mijn: 

Het zijn enkel de jonge rupsen die minerende activiteiten vertonen. Ze maken hele kleine gangmijntjes of blaasmijntjes. De rupsen maken verscheidene mijnen en doen dit niet altijd op hetzelfde blad. Het meeste frass wordt verwijderd door een opening in de onderepidermis. Daar blijven frasskorrels hangen in een spinsel dat onderaan de bladeren wordt gesponnen door de rupsen die van blad naar blad kruipen. Later leven de rupsen vrij in een gezamelijk spinsel op de waardplant.

Cocon/pop: 

De bruinwit gebandeerde pop van deze soort hangt in het spinsel dat eerder door de ruspen werd gesponnen.

Opmerkingen: 
  • De jonge rupsen maken een hibernaculum om in te overwinteren.
Waardplanten: 
Cotoneaster integerrimus
Wilde dwergmispel
Crataegus laevigata
Tweestijlige meidoorn
Crataegus monogyna
Eenstijlige meidoorn
Malus domestica
Appel
Prunus domestica
Pruim
Prunus spinosa
Sleedoorn
Pyrus communis
Peer
Verspreiding België: 

Deze soort is vrij gewoon in ons land. Het is enkel in de provincie Luxemburg dat deze soort nog niet werd waargenomen.

Verspreiding algemeen: 

Zo goed als heel Europa.

Levenscyclus: 

Deze soort vliegt bij ons in twee generaties: van eind mei tot begin juli en van augustus tot september. De rupsen zijn te vinden vanaf het najaar tot in juni en dan opnieuw in juli en augustus.

Foto's imago: 
Scythrophia crataegella - Doornspinnertje
Scythrophia crataegella - Doornspinnertje
Foto's mijn: 
Scythrophia crataegella - Doornspinnertje
Foto's rups: 
Scythrophia crataegella - Doornspinnertje