U bent hier

Home

Coleophora adjunctella Hodgkinson, 1882

Egale ruskokermot
Familie: 
Synoniemen: 
= aratorensis Barasch, 1934
= paludicola Stainton, 1885
Soort mijn: 
Imago: 

Een kleinere bruine of grijze soort met een zwakke lichtere voorrand die zich tot 2/3 van de vleugel uitstrekt.
De vlinder heeft een spanwijdte van 8 mm tot 12 mm.
Ze vliegt van einde mei tot in juli.

Ei: 

Het eitje wordt afgezet op de bloempjes van de waardplant.

Koker: 

De rups leeft eerst in één van de zaadjes van de waardplant en later gebruikt ze een leeg zaadje om daarmee rond te kruipen en andere zaadjes leeg te gaan eten.

Opmerkingen: 
  • De soort leeft monofaag op Juncus gerardii, Zilte rus.
  • Deze soort is geen bladmineerder, wel een zaadeter wat het erg moeilijk maakt om hem als koker te ontdekken. 
  • Ook Coleophora glaucicolella kan op deze Rus voorkomen.
  • Juncus gerardii is een zeldzame plant die vooral aan onze kust voorkomt, langs de Scheldeoevers en ook in de buurt van Kortrijk. Daar is een omvangrijke populatie (van de plant) aanwezig (waarnemingen.be).
Waardplanten: 
Juncus gerardii
Zilte rus
Verspreiding België: 

De soort is enkel na 2004 uit WV gekend. Ze is uit OV voor 2004 en uit BR voor 1980 gemeld.
(Phegea, 2013)

Verspreiding algemeen: 

De soort is gekend uit vrijwel geheel Europa met uitzondering van: Spanje, Portugal, de Balkanlanden en enkele voormalige Russische deelstaten.
(Fauna Europaea, 2013)

Levenscyclus: 

Volwassen rupsen leven tot mei.
De meeste rupsen verlaten de waardplant om te overwinteren in de strooisellaag dicht tegen de grond.
De verpopping gebeurt daar ook.
De imago's vliegen van eind mei tot in juli.