U bent hier

Home

Coleophora alticolella Zeller, 1849

Gewone ruskokermot
Coleophora alticolella - Gewone ruskokermot
Familie: 
Synoniemen: 
= caespititiella sensu auct., nec Zeller, 1839
Soort mijn: 
Imago: 

Deze soort is licht bruin tot bruin, met een lichtere voorrandstreep tot bijna aan de vleugeltop. De voelsprieten zijn meestal geringd. De spanwijdte is 10 mm tot 13,5 mm.

Ei: 

Het eitje wordt afgezet op een bloempje van de waardplant.

Rups: 

Bij deze soort zijn er bij de rupsen geen dorsale plaatjes te zien op het metathorax, dit is het derde deel van het borststuk. Dit is een belangrijk verschil met de andere Coleophora's die ook op Biezen/Russen leven.

Koker: 

De koker is klein (6 mm à 7 mm) en zit op de bloemhoofdjes van de waardplant: Juncus (russen). 

Opmerkingen: 
  • Deze soort is een van onze gewoonste Rus-eters.
  • Naast de genoemde russoorten zijn er waarschijnlijk nog andere waarop deze soort voorkomt.
Waardplanten: 
Juncus acutiflorus
Veldrus
Juncus articulatus
Zomprus
Juncus compressus
Platte rus
Juncus effusus
Pitrus
Juncus inflexus
Zeegroene rus
Juncus spec.
Rus spec.
Juncus squarrosus
Trekrus
Juncus subnodulosus
Paddenrus
Verspreiding België: 

Info omtrent de verspreiding op Catalogue of the Lepidoptera of Belgium.

Verspreiding algemeen: 

De soort is gemeld uit het grootste deel van Europa.

Levenscyclus: 

De meeste rupsen zijn volgroeid in april of mei, na de overwintering. Voor het overwinteren verlaten ze meestal de bloemhoofdjes van de waardplant en gaan zich in verdorde bladeren verschuilen. De imago's zijn het meest te vinden in juni en juli.

Foto's rups: 
Coleophora alticolella - Gewone ruskokermot
Foto's koker: 
Coleophora alticolella - Gewone ruskokermot