U bent hier

Home

Elachista atricomella Stainton, 1849

Grote grasmineermot
Familie: 
Soort mijn: 
Ei: 

Het ei wordt nabij de bladtop afgelegd. 

Rups: 

De bleekgele rups heeft een groene tint. De kop en prothoracale plaat zijn geelbruin. 

Mijn: 

De rups begint in de late herfst aan een mijn die pas in het voorjaar goed zichtbaar begint te worden. De mijn is een lange smalle gang met een onopvallende centrale lijn grijs frass. De gang meanderd lichtjes in de richting van de bladbasis en loopt soms door tot in de bladschede en stengel. De rups maakt regelmatig nieuwe mijnen in andere bladeren. Ze kan op die manier enkele bladeren mineren alvorens volgroeid te zijn. 

Cocon/pop: 

Ook deze soort verpopt ergens aan de stengel met een gordelpop. 

Opmerkingen: 
  • De mijn is niet te onderscheiden van die van Elachista luticomella
Waardplanten: 
Bromus spec.
Dravik spec.
Carex hostiana
Blonde zegge
Dactylis glomerata
Kropaar
Melica nutans
Knikkend parelgras
Milium spec.
Gierstgras spec.
Verspreiding België: 

Info omtrent de verspreiding op Catalogue of the Lepidoptera of Belgium.

Verspreiding algemeen: 

Geheel Europa, ontbreekt voorlopig wel nog in Spanje, Finland en in grote delen van het Balkan-Schiereiland.

Levenscyclus: 

Rupsen kunnen gevonden worden van in het najaar tot eind april. Imago's zijn te vinden vanaf het voorjaar in april, tot in augustus in vermoedelijk twee generaties per jaar.