U bent hier

Home

Elachista bedellella (Sircom, 1848)

geen Nederlandse naam
Synoniemen: 
= nigrella (Herrich-Schäffer, 1855)
= lugdunensis sensu auct., nec Frey, 1859
Soort mijn: 
Ei: 

Het ei wordt afgelegd aan de top van het blad. 

Rups: 

De geelachtige rups heeft een bleekbruine kop, naar de monddelen toe iets donkerder. De prothoracale plaat is bruin. 

Mijn: 

De rups maakt een blaasmijn in de bladtop. Het onderste gedeelte kleurt ietwat purper. De rups kan zo twee a drie bladeren mineren. 

Cocon/pop: 

De rups verpopt aan de bladbasis of tegen de stengel. 

Opmerkingen: 
  • Zeer zeldzame soort in ons land. 
Waardplanten: 
Arrhenatherum elatius
Glanshaver
Avena spec.
Haver spec.
Festuca ovina
Genaald schapengras
Helictotrichon pratense
Beemdhaver
Phleum spec.
Doddegras spec.
Poa nemoralis
Schaduwgras
Poa trivialis
Ruw beemdgras
Verspreiding België: 

Er zijn enkele oude waarnemingen gekend van voor 1980 uit de provincie Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Namen. 

Verspreiding algemeen: 

Deze soort ontbreekt in het grootste deel van het Balkanschiereiland, de Baltische staten en ook in Portugal, Nederland, Ierland en Finland. 

Levenscyclus: 

Deze soort leeft in twee generaties per jaar. Rupsen zijn te vinden van september tot na de overwintering in april. En dan opnieuw in de maand juni en juli. De motjes vliegen van midden mei tot eind juni en terug van midden juli tot midden augustus.