U bent hier

Home

Elachista luticomella Zeller, 1839

Geelkopgrasmineermot
Soort mijn: 
Ei: 

Het ei wordt afgelegd aan de top van het blad. 

Rups: 

De lange smalle citroengele rups heeft een lichtbruine kop en prothoracale plaat. 

Mijn: 

De lange smalle witte gangmijn loopt van aan de bladtop tot in de bladschede en stengel. Het grijze frass ligt in een centrale band. De rups kan verschillende mijnen maken telkens in een ander blad. 

Cocon/pop: 

De rups verpopt in een losse cocon tussen plantafval op de grond. 

Opmerkingen: 
  • Ook deze soort is zeer zeldzaam in ons land. 
Waardplanten: 
Brachypodium sylvaticum
Boskortsteel
Dactylis glomerata
Kropaar
Deschampsia cespitosa
Ruwe smele
Festuca gigantea
Reuzenzwenkgras
Festuca pratensis
Beemdlangbloem
Lolium perenne
Engels raaigras
Melica uniflora
Eenbloemig parelgras
Milium effusum
Bosgierstgras
Poa pratensis
Veldbeemdgras
Verspreiding België: 

Oude waarnemingen van deze soort dateren van voor 1980 uit de provincie Brabant. Recenter tussen 1980 en 2004 is ze waargenomen in Luxemburg. 

Verspreiding algemeen: 

Overal behalve op het Iberisch schiereiland en het Balkan schiereiland. 

Levenscyclus: 

De rupsen zijn te vinden van in het najaar tot in mei. De motjes vliegen in één generatie per jaar van begin juni tot in augustus.