U bent hier

Home

Epermenia chaerophyllella (Goeze, 1783)

Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Familie: 
Synoniemen: 
= testacella (Hübner, 1813)
Soort mijn: 
Ei: 

Het ei wordt aan de onderkant van een volwassen blad afgelegd, meestal aan de rand.

Rups: 

De rups heeft een bleekbruine kop. Ze is glanzend wit, geel of heeft zelfs soms een groenige schijn.  Soms is de rups zelfs doorschijnend met een witachtige dorsale lijn en met zwarte of bruine vlekken.

Mijn: 

De beginmijn is een klein kort gangmijntje dat gedeeltelijk gevuld is met zwart frass. Daarna verhuizen de rupsen regelmatig om nieuwe vlekmijnen te maken, telkens is er een gat waar ze het blad binnendrongen en waar ze het blad verlieten. De meeste van die vlekmijnen bevatten geen frass omdat het achterste van de rups voor het grootste gedeelte buiten de mijn blijft. Tijdens het verhuizen maken de rupsen spinseldraden waarin het frass gedeeltelijk blijft hangen. Later zullen de rupsen aan de onderkant van het blad aan venstervraat doen. Het zijn enkel de jonge rupsen die vlekmijnen maken (te zien op de eerste 5 foto's), daarna leven de rupsen vrij op het blad en doen aan venstervraat.

Cocon/pop: 

De pop is lichtbruin en ligt in een open cocon. Meestal verpopt ze in de strooisellaag, op het blad of in de groef van de bladsteel.

Opmerkingen: 
  • Deze soort mineert slechts een klein deel van haar leven als jonge rups, daarna doet ze aan venstervraat.
  • Deze gewone soort is bijna overal in België te vinden.
Waardplanten: 
Aegopodium podagraria
Zevenblad
Angelica archangelica
Grote engelwortel
Angelica sylvestris
Gewone engelwortel
Anthriscus sylvestris
Fluitenkruid
Daucus carota
Peen
Heracleum mantegazzianum
Reuzenberenklauw
Heracleum sphondylium
Gewone berenklauw
Pastinaca sativa subsp. sativa
Pastinaak
Verspreiding België: 

Info omtrent de verspreiding op Catalogue of the Lepidoptera of Belgium.

Verspreiding algemeen: 

Deze soort komt overal in Europa voor behalve op de meeste eilanden.

Levenscyclus: 

Deze soort heeft twee tot drie generaties per jaar. De motjes vliegen van het ganse jaar door maar het talrijkst van oktober tot april en van juni tot augustus.

Foto's imago: 
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Foto's mijn: 
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Foto's rups: 
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Foto's cocon/pop: 
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot
Epermenia chaerophylella - Mineerborstelmot