U bent hier

Home

Stephensia brunnichella (Linnaeus, 1767)

Halsbandmineermot
Soort mijn: 
Ei: 

Het ei wordt afgelegd aan de bladonderzijde dicht tegen de middennerf.

Rups: 

De groenwitte rups heeft een groene dorsale lijn. De kop en prothoracale plaat zijn zwart.

Mijn: 

De mijn start als een smalle gang die in de richting van de bladtop loopt, het frass ligt in een centrale lijn. Wanneer de gang de bladtop bereikt veranderd de mijn van richting en wordt uiteindelijk een blaasmijn gevormd. De rups kan verschillende mijnen maken.

Cocon/pop: 

De cocon is roodbruin.

Opmerkingen: 
  • Deze soort is enkel gekend van hele oude waarnemingen in België.
Waardplanten: 
Clinopodium vulgare
Borstelkrans
Verspreiding België: 

Enkel gekend van oude waarnemingen in Brabant en Henegouwen. Uitgestorven?

Verspreiding algemeen: 

Deze soort ontbreekt nog op het Balkan-schiereiland, in Spanje en op de meeste eilanden van Europa.

Levenscyclus: 

De motjes vliegen in de maand mei en juni en dan terug in augustus en september. Rupsen kunnen gevonden worden vanaf het najaar tot in april en ook in de maand juli.