U bent hier

Home

Parectopa robiniella Clemens, 1863

geen Nederlandse naam
Familie: 
Soort mijn: 
Ei: 

Het ei wordt aan de onderkant van het blad afgelegd. 

Rups: 

De rups is groen. 

Mijn: 

Eerst maakt de jonge rups een onderzijdig blaasmijntje in de oksel van de hoofdnerf met een zijnerf. Later maakt ze een grote witte blaasmijn die geconcentreerd op de hoofdnerf ligt. De mijn heeft uitlopers zowel links als recht van de hoofdnerf. De rups kan de oude mijn verlaten en een nieuwe startten in hetzelfde of een ander blad. 

Cocon/pop: 

De rups verpopt buiten de mijn ergens op een blad aan de boom of verscholen tussen de afgevallen bladeren. 

Opmerkingen: 
  • Deze soort werd door Jean-Yves Baugnée voor het eerst in België gevonden in 2007 in Hour, provincie Namen. Daarna werd ze niet meer gezien...
  • In 2015 vonden we Parectopa robiniella heel algemeen in het zuiden van Frankrijk in Cambounès. Macrosaccus robiniella daarentegen vonden we zo goed als niet, slechts een tiental mijnen werden opgemerkt. 
Waardplanten: 
Robinia pseudoacacia
Gewone robinia
Verspreiding België: 

Enkel in de provincie Namen werd deze zeldzame soort reeds gevonden. 

Verspreiding algemeen: 

Deze soort komt voor in Oostenrijk, Kroatië, Tsjechië, Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Italië, Polen, Roemenië, Slovakije, Zwitserland en Oekraïne (http://www.gracillariidae.net/species_by_code/PAREROBI). 

Levenscyclus: 

Er zijn buiten België 2 tot 3 generaties per jaar. De motjes vliegen van mei tot september. 

Foto's mijn: 
Foto's rups: 
Foto's cocon/pop: