U bent hier

Home

Parornix anglicella (Stainton, 1850)

Meidoornzebramot
Parornix anglicella - Meidoornzebramot
Familie: 
Soort mijn: 
Mijn: 

Aanvankelijk een zeer kort, smal gangmijntje aan de onderkant dat snel verbreedt tot een blaasmijn, meestal dicht bij de top van een bladlob, bruin gekleurd. Door het spinsel van de rups krult de mijn onregelmatig op en wordt zo een vouwmijn. In een later stadium verlaat de rups de mijn en krult een bladrand naar onder om en spint dit vast met witte spinseldraden. Doordat de rups het parenchym volledig opvreet, kleurt de mijn en de omgeslagen bladrand donkerbruin.

Cocon/pop: 

Verpopping in de mijn of tussen afgevallen bladeren op de grond.

Opmerkingen: 
  • Een gewone soort, vrijwel in alle provincies waargenomen.
  • Ook op andere Rosaceae, o.a.: Crataegus coccinea, C. douglasii, C. flava, C. laciniata, C. mollis, C. pentagyna, C. rivularis, C. spathulata; Crataemespilus arnieresi, C. grandiflora
Waardplanten: 
Crataegus laevigata
Tweestijlige meidoorn
Crataegus monogyna
Eenstijlige meidoorn
Verspreiding België: 

De soort komt vrijwel in het hele land gewoon voor.

Verspreiding algemeen: 

West-Palaearctisch: heel Europa, nog niet waargenomen in Spanje, vermeld uit Kazakhstan, Oekraïne en Turkije (http://www.gracillariidae.net/species_by_code/PAROANGL). Vermeld uit al onze buurlanden.

Levenscyclus: 

Twee generaties per jaar die elkaar meestal overlappen: rupsen van midden juni tot juli en van augustus tot november; motjes in april-mei en in augustus.

Foto's mijn: 
Parornix anglicella - Meidoornzebramot
Parornix anglicella - Meidoornzebramot
Parornix anglicella - Meidoornzebramot
Parornix anglicella - Meidoornzebramot
Parornix anglicella - Meidoornzebramot
Parornix anglicella - Meidoornzebramot
Parornix anglicella - Meidoornzebramot