U bent hier

Home

Coleophora sylvaticella Wood, 1892

Veldbieskokermot
Familie: 
Synoniemen: 
= etelka Gozmany, 1954
Soort mijn: 
Imago: 

De voorvleugels zijn okerkleurig tot geelgrijsachtig. De weinig contrasterende voorrandslijn is licht geel.
De voelsprieten zijn wit met zwarte stipjes onderaan.
De spanwijdte is 9 mm - 14 mm.
De vliegtijd begint eind april en gaat tot begin juni.

Ei: 

Het eitje wordt afgezet op een bloempje van de waardplant.

Koker: 

De rups leeft in een kokertje op de zaden. Dit kokertje is okerkleurig en van zijde gemaakt.

Cocon/pop: 

De verpopping gebeurt in de strooisellaag.

Opmerkingen: 
  • Ook deze soort is uiterlijk niet te onderscheiden van andere op Juncus levende Coleophora's.
  • Ze werd in oudere literatuur vaak verward met C. alticolella.
  • Genitaalonderzoek kan zekerheid brengen.
Waardplanten: 
Luzula sylvatica
Grote veldbies
Verspreiding België: 

Oude meldingen voor 1980 zijn er uit Brabant an Henegouwen. Een recentere waarneming voor 2004 uit Luxemburg.

Verspreiding algemeen: 

Noord- en midden-Europa, ook in: Italië, Hongarijë en Roemenië.

Levenscyclus: 

De rupsen zijn te vinden van juli tot oktober in het eerste jaar.
Na de overwintering gaan sommige rupsen voort eten, andere niet.
Ze verlaten hun eetplaats ten laatste in augustus om dan te gaan verpoppen.
De rups leeft twee jaar.
De pop is te vinden in april en mei.
De imago's vliegen van eind april tot begin juni.