U bent hier

Home

Coleophora taeniipennella Herrich-Schäffer, 1855

Gestreepte ruskokermot
Familie: 
Synoniemen: 
= galactaula Meyrick, 1828
Soort mijn: 
Imago: 

De voorvleugels zijn licht okerkleurig met een witachtige voorrandslijn en witte lengtelijnen. De lijnen zijn fijn en duidelijk.
De onderkant van de voorvleugels is grijs zonder een okertintje. De ondervleugels zijn licht grijs.
De voelsprieten zijn geringd tot 1/2 soms tot aan de top (bij afgevlogen exemplaren zijn de voelsprieten eenkleurig).
De spanwijdte is 9 mm - 12,5 mm.
De vliegtijd gaat van midden juni tot begin augustus.

Ei: 

Het eitje wordt afgezet op een bloempje van de waardplant.

Rups: 

De rups maakt vanaf de derde vervelling een zijden spinseltje in een zaadje van Rus.

Koker: 

De rups leeft in een zijden spinseltje in een Rus-zaadje. 
De koker is ongeveer 5 mm.

Opmerkingen: 
  • De soort leeft liefst in vochtige terreinen waar de voedselplant (soorten Rus) voorkomt.
  • Naast de genoemde waardplanten kan de soort, zeer uitzonderlijk, ook op andere Russoorten voorkomen.
  • Daarom is voorzichtigheid met conclusies trekken i.v.m. plant-soort-relatie geboden.
Waardplanten: 
Juncus acutiflorus
Veldrus
Juncus articulatus
Zomprus
Juncus spec.
Rus spec.
Verspreiding België: 

Recent, na 2004, enkel in de provincie Antwerpen waargenomen. Na 1980, maar voor 2004, kwamen meldingen uit Limburg en Luik. Voor 1980 zijn er waarnemingen uit: Oost-Vlaanderen en Brabant.

Verspreiding algemeen: 

Deze soort komt vrijwel in heel Europa voor, uit het Noord-oosten zijn geen waarnemingen bekend.

Levenscyclus: 

De rupsen eten tot in oktober, ze leven tot in mei en blijven soms boven op de voedselplant zitten.
De meeste echter gaan in de strooisellaag overwinteren en verpoppen daar.
De vliegtijd gaat van midden juni tot begin augustus.